Loszittende tanden/ Paradontitis

Wat is parodontitis?

De bacteriën in tandplaque op de tanden en kiezen veroorzaken een ontsteking langs de rand van het tandvlees. Zo'n tandvleesontsteking heet gingivitis.

Deze pagina vertelt u meer over parodontitis en laat zien hoe parodontitis kan worden opgespoord en behandeld.

Parodontitis

De ontsteking in de tandvleesrand kan zich uitbreiden in de richting van het kaakbot. Het tandvlees laat daardoor los van de tanden en kiezen. In de ruimte die zo ontstaat tussen het tandvlees en de tanden en kiezen, vormt zich weer tandplak. Door deze tandplak verplaatst de ontsteking zich nog dieper. De vezels gaan door de ontsteking kapot en het kaakbot wordt afgebroken. Hierdoor wordt de ruimte groter en ontstaat een pocket. In de verdiepte pockets verkalkt de tandplak gedeeltelijk tot tandsteen. Deze voortschrijdende ontsteking met afbraak van vezels en kaakbot heet parodontitis.

Bij parodontitis kan het tandvlees rood, slap en gezwollen zijn en gaan bloeden bij het poetsen of bij het eten. Het tandvlees kan zelfs op den duur gaan terugtrekken. Ook een vieze smaak of een slechte adem kunnen duiden op parodontitis. Parodontitis geeft zelden pijnklachten. Vaak zijn al deze verschijnselen echter afwezig! Daardoor kan parodontitis lang onopgemerkt blijven.

Gevorderde parodontitis

Pas in een gevorderd stadium van parodontitis ontstaan er klachten. Die kunnen bijvoorbeeld bestaan uit het los gaan staan van tanden en kiezen of het ontstaan van ruimtes tussen tanden. Als het tandvlees ver is teruggetrokken, kan dat een lelijk gezicht geven. Doordat bij terugtrekkend tandvlees de wortels gedeeltelijk bloot komen te liggen, kunnen de tanden en kiezen erg gevoelig zijn bij het poetsen. Dat kan ook het geval zijn bij het nuttigen van warme, koude, zoete of zure dranken en spijzen. Door parodontitis kan er uiteindelijk zoveel kaakbot verloren gaan dat de tanden en kiezen al hun houvast verliezen en uitvallen.

Niet iedereen krijgt parodontitis. Dit komt o.a. doordat van persoon tot persoon verschillende soorten en aantallen bacteriën in de tandplak voorkomen. De 'agressiviteit' van die bacteriën kan sterk verschillen. Daardoor zal de tandplak van de ene persoon veel schadelijker zijn dan die van een ander. Ook de algemene weerstand tegen bacteriën in de tandplak speelt een belangrijke rol. O.a. roken vermindert de weerstand tegen bacteriën in de tandplak.

Onderzoek en behandelplan

Ontstoken tandvlees kan rood, slap en gezwollen zijn. Ook kan het gaan bloeden bij het poetsen of het eten. Maar deze verschijnselen zijn lang niet altijd aanwezig. Daarom wordt ontsteking van het tandvlees met een zogenaamde pocketsonde opgespoord. De pocketsonde wordt hiertoe in de pocket geschoven: als daarbij een (kleine) bloeding optreedt, is het tandvlees ontstoken. Door de pockets rondom alle tanden en kiezen met de pocketsonde te onderzoeken, kan worden vastgesteld waar het tandvlees gezond en waar het ontstoken is.

Met de pocketsonde wordt ook gemeten of de pocket verdiept is. Vanaf 4 mm is sprake van een verdiepte pocket. Op bovenstaande foto is de pocketsonde 7 mm in de pocket geschoven: deze pocket is dus te diep.

Met behulp van röntgenfoto's wordt vastgesteld of, en hoeveel, kaakbot verloren is gegaan door de ontsteking in het tandvlees.

Ook wordt nog vastgesteld of tanden en kiezen al losstaan door het botverlies, of het tandvlees is teruggetrokken en waar tandplak en tandsteen op de tanden en kiezen zit.

Met al deze gegevens, die worden genoteerd in een zogenaamde parodontiumstatus, bepaalt de mondhygiënist welke tanden en kiezen, wel, misschien, of niet meer te behouden zijn. De tandarts bespreekt tenslotte met u het voorstel voor de behandeling en de volgorde waarin die zal worden uitgevoerd. Tenslotte wordt de overeengekomen behandeling vastgelegd in een behandelplan.

Bij zeer ernstige parodontitis kan de tandarts ook nog een bacteriologisch onderzoek van de tandplak laten uitvoeren. Hiervoor wordt tandplak uit een aantal verdiepte pockets gehaald. Een bacteriologisch laboratorium stelt vervolgens vast welke soorten bacteriën in de tandplak voorkomen. Aan de hand van de uitslag van dit onderzoek kan de tandarts beoordelen of eventueel antibiotica - als ondersteuning van de behandeling - nodig is.